FAQ’S

Een volledige infobrochure met alle details kunt u hier in een pdf-bestand downloaden.infobrochure_scholen

Een technische fiche kunt u hier in een pdf-bestand downloaden

Hieronder vindt u de meest gestelde vragen met daaronder de antwoorden terug.

1. Op welke dagen kan de voorstelling plaatsvinden?

 

2. Hoeveel leerlingen kunnen de voorstelling bijwonen?

3. Hoelang duurt de voorstelling?

4. Hoeveel bedraagt de kostprijs?

5. Wat houdt de nabespreking concreet in?

6. Waarom theater rond alcohol?

7. Welke VOETEN worden er bereikt met deze theatervoorstelling?

8. Wat zijn de technische vereisten voor ‘De drankduivel’?

 

1. Op welke dagen kan de voorstelling plaatsvinden?

De voorstelling kan plaatsvinden op maandag en dinsdag.

“De drankduivel” kan tweemaal op één dag opgevoerd worden.

Opvoeringen buiten schoolverband kunnen plaatsvinden op een avond in de week of tijdens het weekend.

2. Hoeveel leerlingen kunnen de voorstelling bijwonen?

Per voorstelling worden er in principe maximaal 80 leerlingen toegelaten. Dit om het intieme karakter van de voorstelling te bewaren maar zeker ook om de nabespreking door Project Jongeren mogelijk te maken. Zij houden de nabespreking per klasgroep waardoor de kans tot vraagstelling laagdrempelig blijft. Project Jongeren tracht, in de mate van de beschikbaarheid van de vrijwilligers voor die dag, in duo’s de nabespreking te leiden. Per duo streeft men naar ex-drankzuchtige en partner/verwant van een drankzuchtige.

3. Hoe lang duurt de voorstelling?

De voorstelling duurt 70 minuten en vangt aan bij het 2de en/of het 5de lesuur.

De nabespreking duurt 2 lesuren (in praktijk 1,5 lesu, rekening houdend met het precieze aanvangstijdstip en met de pauze na de voorstelling).

4. Hoeveel bedraagt de kostprijs?

De uitkoopsom voor 1 voorstelling bedraagt € 750.

De uitkoopsom voor 2 voorstellingen op dezelfde dag bedraagt € 1100.

In deze totaalprijzen zijn alle kosten inbegrepen, geen verrassingen:

– inclusief BTW

– inclusief vergoeding voor de mensen van Project Jongeren

– inclusief verplaatsingsonkosten (evenals voor ProJo)

– inclusief auteursrechten

– inclusief licht- en geluidsinstallatie

5. Wat houdt de nabespreking concreet in?

Christophe Francken is leraar en acteur, maar geen hulpverlener. Hij geeft via dit educatief theater een welgemikte voorzet aan zij die elke dag in aanraking komen met alcoholisme. In zijn kielzog komen steeds ervaringsdeskundigen van Project Jongeren mee die vertrouwd zijn met het geven van info’s in secundaire scholen. Zij verzorgen meteen na de voorstelling de nabespreking vanuit hun eigen ervaring, gestaafd door voorbeelden die zij uit ‘De drankduivel’ halen.  Deze nabespreking is onontbeerlijk voor het slagen van het project en omvat ca. 1 lesuur. De mensen van Project Jongeren spreken elke klasgroep toe in een eigen lokaal. Zij werken bij voorkeur in duo’s. Al deze vrijwilligers zijn ervaringsdeskundig, namen hun levens terug zelf in handen dankzij hun stappenprogramma’s bij diverse zelfhulpgroepen en komen jaarlijks in zo’n 200 à 230 klassen (12 tot 20-jarigen). Per voorstelling zullen zij dus met een 5- tot 8-tal mensen aanwezig zijn, afhankelijk van het aantal klassen dat de voorstelling bijwoont en het aantal beschikbare mensen op die dag.

Project Jongeren blijft ter beschikking na het lesuur van de nabespreking zodat er eventueel met de nodige discretie diepgaander kan ingegaan worden op de noden en vragen van bepaalde leerlingen die er behoefte aan zouden hebben. Dit kan zelfs over de middagpauze heen, indien leerlingen niet graag ‘gemist’ worden in de klas.

Dus praktisch even het verloop op een rijtje:

2de lesuur van de dag: voorstelling (60′)

Korte pauze

3de lesuur van de dag: nabespreking door Project Jongeren

4de lesuur van de dag: gewoon les (ProJo is stand-by voor eventueel verdere info)

Ook mogelijk: 3de lesuur: nabespreking door Project Jongeren voor groep1 en les voor groep 2. Vervolgens 4de lesuur: nabespreking door Project Jongeren voor groep 2 en les voor groep 1.

Bij 2 voorstellingen op één dag is deze regeling opnieuw mogelijk.

Dit alles is praktisch te bespreken met de mensen van Project Jongeren zelf, met wie u bij een boeking in contact wordt gebracht door Christophe.

6. Waarom theater rond alcohol?

Alcohol is de meest sociaal aanvaarde drug in onze maatschappij. Onderzoek toont aan dat alcohol (en vooral alcolpops) stevig ingeburgerd is bij jongeren vanaf 12 jaar. Termen als ‘bingedrinking’, ‘comazuipen’ en het recente fenomeen van de ‘biernominaties’ via Facebook zijn jammer genoeg voor weinig jongeren onbekend.

Met ‘De drankduivel’ wil men alcoholisme herkenbaar en bespreekbaar maken, bekeken vanuit het standpunt van de alcoholist, maar ook vanuit het gezinslid, de partner, de kameraad, …

Je kan je via diverse kanalen (lectuur, websites, getuigenissen, …) laten informeren over wat alcoholisme is en de gevolgen daarvan. Theater echter kan een middel zijn om alcoholisme een gezicht te geven en zo mensen te doen inzien dat het probleem zich misschien wel voor hen dichterbij afspeelt dan gedacht.

‘De drankduivel’ past perfect in het kader van de vakoverschrijdende eindtermen (VOETEN) waaraan elke school hoort te werken.

7. Welke VOETEN worden er bereikt met deze theatervoorstelling?

‘De drankduivel’ past perfect in het kader van de vakoverschrijdende eindtermen (VOETEN) waaraan elke school hoort te werken. Concreet betekent dit dat men door deze theatervoorstelling de volgende doelstellingen bereikt:

  • binnen context 1 (lichamelijke gezondheid en veiligheid), doelstellingen 8, 10 en 15:

De leerlingen:

– schatten de risico’s en gevolgen in bij het gebruik van genotsmiddelen en medicijnen en reageren assertief in aanbodsituaties

– participeren aan gezondheids- en veiligheidsbeleid op school

– beseffen dat maatschappelijke fenomenen een impact hebben op veiligheid en gezondheid.

  • binnen context 2 (mentale gezondheid), doelstellingen 1, 2, 3, 6 en 8:

De leerlingen:

– gaan adequaat om met taakbelasting en met stressvolle situaties

– gaan gepast om met vreugde, verdriet, angst, boosheid, verlies en rouw

– erkennen probleemsituaties en vragen, accepteren en bieden hulp

– stellen zich weerbaar op

– herkennen de impact van cultuur- en kunstbeleving op het eigen gevoelsleven en gedrag en dat van anderen

  • binnen context 3 (sociorelationele ontwikkeling), doelstellingen 6 en 9

De leerlingen:

– doorprikken vooroordelen, stereotypering, ongepaste beïnvloeding en machtsmisbruik – zoeken naar constructieve oplossingen voor conflicten

8. Wat zijn de technische vereisten voor ‘De drankduivel’?

  • Het lokaal is minimum 1,5 uur (90 min) voor de voorstelling beschikbaar.
  • Het lokaal bevindt zich op een gelijkvloers of is bereikbaar via een ruime lift (min. 2m x 1m).
  • Het lokaal is een goed te verduisteren ruimte en is reeds verduisterd voor aankomst van de acteur.
  • Het lokaal heeft bij voorkeur een witte of lichtgrijze, vrije muur of een projectiescherm voor de projectie van verscheidene beelden.
  • Het plafond is minimum 3m hoog.
  • De bespeelbare ruimte of podium is min. 5 m breed (vooraanzicht) en 4 m diep.
  • Er is een tafel van minimum 2 m (of 2 x 1 m) en 3 stoelen voorzien.
  • Er zijn minstens 2 stopcontacten in de buurt. Zo niet, voorziet men twee verlengdraden.
  • Er is een gratis parkeerplaats voor een auto met aanhangwagen voorzien, vlakbij de zaal waar de voorstelling plaatsvindt.
  • Er is frisdrank en/of koffie voor de acteur voorzien.
  • Er zijn minstens 2 flessen bruiswater voorzien per voorstelling. Dus 4 flessen indien er twee voorstellingen plaatsvinden.
  • Eens de voorstelling bezig is, mag er geen in- of uitstroom van aanwezigen zijn in de zaal. (dus leerkrachten of leerlingen die de voorstelling bijwonen, moeten de volledige voorstelling blijven). Men is zich ervan bewust dat dit niet strikt te nemen valt voor leerlingen die het emotioneel moeilijk krijgen tijdens de voorstelling.
  • Er is steeds iemand van leerlingbegeleiding of CLB aanwezig om eventueel geschokte leerlingen op te vangen. Het kan voorkomen dat het een leerling emotioneel te veel wordt en de zaal verlaat.
  • Indien mogelijk wordt tijdens een evt. pauze (‘speeltijd’) een zone grenzend aan de zaal waar de voorstelling op dat moment plaatsvindt, afgebakend. Dit om storend geluid van spelende kinderen of roepende leerlingen tot een minimum te herleiden.
  • Bij aankomst van de acteur is er minstens 1 persoon stand-by om de acteur op te vangen en hem eventueel te helpen bij het uitladen van het materieel. Dit is niet nodig bij het inladen na de voorstelling.
  • De acteur zorgt zelf voor alle verdere technische apparatuur zoals belichting, geluid en projectie.